De jacht op ingebruikgeving van woningen aan derden, onderhuur, ofwel ontbreken hoofdverblijf gaat in Amsterdam onverkort door.

De jacht op ingebruikgeving van woningen aan derden, onderhuur, ofwel ontbreken hoofdverblijf gaat in Amsterdam onverkort door.

Een woning in gebruik geven aan derden (artikel 7:221 jo. 7:244 BW) kan jegens de verhuurder tot juridische conflicten leiden, als er een verbod is opgenomen in de huurovereenkomst en de huurder zich hier niet aan houdt.

Vele verhuurders hebben al lange tijd speciale fraudeteams opgezet om hard op te treden tegen huurders die hun woning aan derden in gebruik geven, in strijd met de specifieke bepalingen in de huurovereenkomst handelen, dan wel de woning onderverhuren. Het doel is dat verhuurders willen dat wachtende huurders die (soms onnodig) lang moeten wachten op een woning ook aan een woning kunnen komen.
Echter niet in alle gevallen is sprake van fraude, zo bleek laatst uit mijn praktijk.
Een aantal maanden geleden kreeg ik bovenstaande kwestie van een aantal huurders voorgelegd. Zij vroegen mij hierover advies te verlenen.

Wat was er aan de hand?
De betreffende persoon had voor een aantal inwoners voor een halfjaar expliciet toestemming gevraagd bij de verhuurder. De verhuurder is hiermee akkoord gegaan. Echter, de termijn verliep en de huurder van de betreffende woning vergat om verlenging te verzoeken.

Tussentijds liet de betreffende huurder eveneens andere personen toe in de woning. Het ging hier om kennissen, vrienden die er af en toe logeerden dan wel er voor langer dan 3 dagen verbleven.

‘Op zich niets mis mee zou je stellen’, nee dat klopt.
Echter, de verhuurder ging, naar eigen zeggen, zelf op onderzoek uit en deelde de huurder mee over te zullen gaan tot ontruiming vanwege het in gebruik geven van de woning aan derden (artikel 7:221 jo. 7:244 BW) zonder de daarvoor vereiste toestemming. Immers, de verhuurder stelde zich op het standpunt dat de betreffende huurder – in strijd met de bepalingen in de huurovereenkomst- de woning in gebruik had gegeven aan derden. Daarnaast vond de verhuurder ook dat de huurder geen hoofdverblijf meer had in de woning.

De betreffende huurder werd eerst herhaaldelijk verzocht de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen. De huurder weigerde dit en wendde zich tot mij voor advies. Na bestudering van de feiten en omstandigheden, adviseerde ik de huurder het volgende (doe er jouw voordeel mee):

– medewerking te verlenen aan het verzoek van de verhuurder om diverse bescheiden aan te leveren;
– bij openheid van zaken middels overlegging van diverse bescheiden zal de verhuurder inzien dat van ingebruikgeving van de woning aan derden geen sprake is en kan het daarbij laten;
– verklaringen vragen van degenen die in de woning, voor die paar dagen, zijn verbleven;
– overlegging van bankafschriften, dan wel enig (sport)abonnement in- en rondom de woning, waaruit jouw hoofdverblijf als huurder in- en rondom de woning evident is.

De betreffende huurder heeft mijn bovenstaand advies opgevolgd, maar daarmee was de kous nog niet af. Er ontstond enige tijd discussie met de verhuurder, maar afgelopen week kwam het verlossend bericht. Het was gelukkig goed nieuws! De verhuurder heeft besloten het bij een waarschuwing te laten en geen ontruimingsprocedure te starten. De betreffende huurder was uiteraard opgelucht en ik kon dit dossier gaan sluiten.

Mocht je je in een (soortgelijke) conflict verkeren, dan wel op voorhand advies willen, dan kun je uit voorzorg contact opnemen met ons kantoor. Dan zal er naar aanleiding van jouw kwestie een op maat gegeven advies worden verstrekt.

Geef een antwoord